Skin - De menselijke huid als metafoor voor grens
De beeldhouwer Caspar Berger (*1965) is opgeleid aan de AKI in Enschede en de Jan van Eyck Academie te Maastricht. Hij werkt voornamelijk in brons. Berger laat zich inspireren door de Italiaanse Renaissance en geeft daar een persoonlijke, eigentijdse visie op. Hij werkt op basis van siliconenafgietsels van zowel modellen als van zichzelf. Eind 2007 kreeg Berger zijn eerste grote overzichtstentoonstelling, getiteld 'Imago', in Museum Beelden aan Zee. Vijf van zijn meest recente werken, alle gebaseerd op zijn eigen huid, worden hier getoond onder de titel 'Skin'.
meer informatie over 'Skin' in Beelden aan Zee
Zelfportretten
De zelfportretten vormen een rode draad in het werk van Berger. Voor schilders is dit vrij normaal maar voor beeldhouwers ongebruikelijk. Hij wil het autonome zelfportret niet alleen vanuit zijn technische en fysieke hindernissen benaderen, maar ook zijn eigen persoon aan een onderzoek onderwerpen vanuit een historisch, mentaal en/of sociaal zelfbewustzijn. Hierin experimenteert Berger met nieuwe vormen en technieken en verkent hij grenzen teneinde deze doelbewust te overschrijden. Voor hem vormt de huid de essentiële grens tussen buitenkant (uiterlijk) en binnenkant (innerlijk) als een persoonlijk, cultureel of politiek membraan. Hij manipuleert deze grens door er steeds andere, verrassende en confronterende vormen aan te geven. De abstracte kracht van deze scheppingsdrang wordt concreet in de zelfportretten, waarin hij zoekt naar de hoeveelheid 'zelf' die nodig is om een echte beeltenis te maken.
Torso ZZM/Zelfportret 6, 2008
In 2008 maakte Caspar Berger in opdracht van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen het werk 'Torso ZZM. Dit werk ontving Museum Beelden aan Zee onlangs in langdurig bruikleen. Voor dit bronzen beeld gebruikte hij als basis een gipsafgietsel van de Torso Belvedere uit de Vaticaanse Musea. Dit klassieke beeldfragment symboliseert bij uitstek de beeldhouwkunst sinds de ontdekking ervan omstreeks 1500. Het beeld inspireerde kunstenaars zoals Michelangelo, Rubens, Bernini en Rodin. Berger heeft zijn eigen huid letterlijk om dit werk gespannen, waarmee hij onze identiteit als culturele huid onlosmakelijk verbindt met de eeuwenoude (kunst)historische traditie. Onze culturele huid meet zich met dit icoon en tegelijkertijd omarmt hij het.
David/Zelfportret 11, 2009
Ook hier transformeert Berger een icoon van de beeldhouwkunst: de heldhaftige David van Michelangelo, waarvan hij het hoofd op ware grootte als basis gebruikt. Hoe moet het zicht vanuit dit icoon van heldendom zijn geweest en hoe is die fantasie daarover een politiek instrument geworden.
Lijkt deze David op afstand nog de David die we allemaal kennen, van dichtbij is er geen focus meer. De belichaming van heldenmoed heeft vele gezichten, vindt Berger. Daarom heeft hij het geheel subtiel opgebouwd uit kleine zelfportretten. Het is de projectie die David het portret laat zijn binnen een portret. De schaalvergroting is hier als bewust stijlmiddel gehanteerd.
Zelfportret 9, 2009
Berger gebruikt hier zijn huid als grens tussen binnen en buiten. De huid geeft het lichaam een 'gezicht' waaraan letterlijk onze identiteit wordt ontleend. Hier is deze identiteit opgevouwen gepresenteerd, als ware het een luxe kledingstuk. De huid die los is komen te staan van de gestalte en geeft ruimte voor nieuwe betekenis.
Vera Icon / zelfportret 10, 2010
De doek met de tekst Vera Icon verwijst naar de linnen zweetdoek van Veronica die zij volgens de overlevering aan Christus aanbood om het zweet en bloed van zijn gezicht te vegen. Op miraculeuze wijze is het gelaat van Christus op de doek achtergebleven. De linnen doek als metafoor voor de drager van de ware afbeelding omhult zelfportret 10, een zelfportret in de gedaante van een penning. Op deze penning, doorgaans een drager voor een hooggeëerd persoon, wordt het zelfportret onderzocht als het ware beeld van de trotse, zelfbewuste kunstenaar. De kunstenaar als zijn eigen maker, die in de plaats treedt van een God. Vera Icon / zelfportret 10 is in 2010 in brons en zilver uitgegeven door de Vereniging voor Penningkunst.
Personal Space, 2010
Hier is één uitwerking te zien van het project Personal Space. Hier stelt de kunstenaar zich de vraag welke ruimte van hem is en welke van zijn omgeving. Door zijn 'siliconenhuid' telkens op een andere manier te vouwen en aan elkaar te naaien speelt Berger met de herdefiniëring van het begrip persoonlijke ruimte. Waarbij het de vraag is welke volume onomstotelijk ons eigendom is en welke discutabel.
Zelfportret 14, 2011
Het meest recente werk van de kunstenaar bestaat uit een gladde bronzen buste met daaroverheen een zilveren huid. De buste als gladde anonieme drager zonder kenmerken, krijgt identiteit door een uiterst gedetailleerde kap met het gelaat van de kunstenaar. Het edele zilver, gevormd op zijn onderligger, wordt zo omhoog gehouden en voorziet de buste van zijn identiteit als zijnde het twee onderdelen. Het is een manier om de identiteit van de opperhuid te onderzoeken in al zijn fragiliteit.